Print this page

Actueel


Kerkuil broedt "opbouwend" in 2006


De Kerkuil (Tyto alba) wordt al meer dan 25 jaar opgevolgd in Vlaanderen door de Kerkuilwerkgroep Vlaanderen. Inventarisatie van broedlocaties (en nestkastcontroles), plaatsen en onderhouden van nestkasten, opzoeken van geschikte locaties, educatie en wetenschappelijke studies staan elk jaar op het programma. NPWAL neemt in de regio Antwerpen L.O., Zwijndrecht, Kruibeke, Temse en Beveren in naam van de Kerkuilwerkgroep Vlaanderen de bescherming van deze prachtige uil op zich.

De onderzoeker werkt in de schemerzone ... en de Kerkuil 'op de achtergrond' incognito'...

De Kerkuil is een echte nachtvogel die meestal overdag niet te bespeuren valt omdat hij zich dan zeer goed verschuilt. Zo zal je hem nooit in paniek op de vleugels zien gaan. Met de nodige omzichtigheid is het echter geen probleem om een nestbak in een schuur (waar we een Kerkuil vermoeden) te plaatsen of te openen voor inspectie.

Voor ons is de belangrijkste inventarisatieperiode omstreeks juni omdat we dan veel kans hebben jongen te zien. Met deze "methode" vermijden we dat eilegsels verstoord worden, want dan is de kans groot dat de oudervogels niet meer naar hun nest terugkeren. Om te voorkomen dat vreemde personen de nestbak (vaak uit onwetendheid of nieuwsgierigheid) zouden verstoren, brengen we slot en grendel aan. Zo zijn we zeker dat de eieren en de jongen veilig zijn.

Jonge kerkuilen hebben een spookachtige bedelroep. Als ze honger hebben en de oudervogels aanmanen muizen op de plank te brengen, kunnen ze luidruchtig tekeergaan.

Maar bij een groot aanbod van muizen en ratten zijn de jongen goed doorvoedt - soms hebben ze zelfs een stapel voedsel rond zich liggen - en hoeven ze niet te roepen en te bedelen.

De bedelroep geeft ons de zekerheid dat er jongen zijn. Wanneer de broedbak echter te ver van de openbare weg ligt, is deze roep niet altijd hoorbaar. Daarom proberen we waar mogelijk en steeds in overeenstemming met de bewoners of eigenaars een bezoek ter plaatse te brengen. Soms maken we van deze gelegenheid gebruik om de nestbak te inspecteren en het aantal jongen (soms ook dode door voedselschaarste of slechte weersomstandigheden) te tellen.

Na het eerste broedsel (jongen uitgevlogen in juli), is het mogelijk dat er een tweede broedsel volgt (uitvliegen jongen tegen oktober). Dit hangt echter af van het aanbod van muizen en ratten dat sterk afhankelijk is van de weersomstandigheden al dan niet in combinatie met een goed oogstjaar aan zaden, fruit, e.d. Hoe groter de knaagdierenpopulatie, hoe meer kerkuilenjongen!

Na deze broedselfases inspecteren we de nestbakken om de opgestapelde braakballenlaag te verwijderen maar een deel laten we liggen voor nestvulling. In de niet bezette nestkasten nemen we soms takken en nestmateriaal van kauwen of duiven weg.

Als een nestbak door andere vogels werd "gekraakt", kan het zijn dat die bak niet volgens de regels geplaatst was (bvb. geen inlooppijp of een ongeschikt type). De inlooppijp naar de bak is soms voor kauwen en duiven een drempel tot betreding omdat ze letterlijk geen oog hebben om te vatten wat er achter dat donkere gat schuil gaat.

Wij zijn niet alleen in de weer voor kerkuilen! Dankzij onze collega's en eigenaars/natuurbelevers, bekomen we "undercover" bijkomende gegevens. Deze zijn essentieel in het uitgestrekte werkingsgebied. Deze meldingen zetten ons soms op weg om meer gericht onderzoek doen.

Mensen spelen ons vaak in het najaar en winter waarnemingen van kerkuilen door. Koppels splitsen zich dan misschien op in functie van het voedselsaanbod. Deze waarnemingen uit ruimere jachtomgevingen zijn welkom daar de verblijfsomgeving eventueel later een broedlocatie kan worden!

Wij volgen 31 locaties op in 2006 (en 21 in 2005)


Deze sterke opleving hebben we te danken aan de onafgebroken inzet van vrijwilligers die vaak goede (onafhankelijke) relaties hebben met de eigenaar (lees meestal 'landbouwers') van schuren waar kerkuilen vertoeven.

In het najaar 2006 kregen we van een opmerkzame persoon de melding dat er kerkuilen op een erf vertoefden. Witte krijtsporen' (uitwerpselen van roofvogels onder de invliegopening) verraadden de aanwezigheid van kerkuilen. Blijkt dat de nu gepensioneerde landbouwer deze uil(en) al sinds z'n jeugd op het erf kent... De aanwezigheid ervan is zelfs doorgeven van generatie op generatie! Het gaat hier dus zeker over honkvaste uilengeneraties die het muizenleven op het erf gedurende mensengeneraties in ere hielden. Zelfs de buren wisten ervan omdat ze vaak het luidruchtige baltsritueel hoorden. Of hier (in de schoorsteen van een niet gebruikte woning?) ooit gebroed is, blijft de vraag.

Dit bewijst nogmaals hoe belangrijk meldingen van lokale personen zijn, want wij kunnen in zo'n uitgestrekt gebied niet op iedere hoek van de straat postvatten.

Wij kunnen op onze beurt onze "informanten" gegevens verstrekken over de aanwezigheid en het broedsucces van de Kerkuil in hun eigendom. Vaak zijn deze mensen zelfs bereid een nestbak te plaatsen om het comfort en veiligheid van de kerkuil te verhogen.

Van de door ons gekende locaties zijn er 21 uitgerust met een nestbak, waarvan 13 in een schuur, 2 in een woning, 3 in een kerk, 1 in een loods, 1 een in fort en 1 in een boom. Buiten deze 21 nestbakken zijn er ook nog 7 vrije locaties waar de uil eventueel zonder nestbak ook tot broeden kan komen. Er zijn ook 3 locaties in planning.

Medewerking van Monumentenwachters (die gebouwen beschermen waarin ook kerkuilen zich thuis voelen) en de Vleermuizenwerkgroep (die omstreeks dezelfde periode o.a. kerkzolders inspecteert op broedkolonies van vleermuizen) is voor ons uiterst belangrijk.

Resultaten 2006: 5 broedgevallen en 12 vliegvlugge jongen


Een stijging met 25% in 2006, of van 4 in 2005 naar 5 broedgevallen in 2006, heeft zeker te maken met het verhoogde aanbod aan nestkasten.

We telden broedgevallen in de regio Temse (2), in Groot-Beveren (2) en in Groot-Kruibeke (1). Eén van deze 5 is mislukt. We telden er 5 eieren doch die kwamen om onbekende redenen niet uit. Uiteindelijk restte er maar 1 ei in de nestbak (rovers?).

Een "broedgeval" werd niet meegeteld omdat er geen eieren waren. De uilen werden verjaagd door hardnekkige Kauwen die zelfs een Torenvalk pestten. De valk zette echter door en broedde met succes.

Broedgevallen in Oost-Vlaanderen (buiten onze regio) waren ook goed. Voorlopige informatie: 5-5-4-4 eieren met respect. 4-3-4-4 jongen en met als eindresultaat 2-2-4-4 jongen. Niettegenstaande het slechte voorjaarsweer, de uitgestelde eileg en de voedselschaarste is dit zeker geen slecht resultaat. Het zou zelfs tegenovergesteld zijn aan de resultaten van sommige andere regio's.

Afwachten of deze nieuwe "2006-jongen" het eerste jaar doorkomen, want verkeer staat op de eerste plaats van doodsoorzaak. De nieuwelingen zijn echter potentiële kandidaten om de wijde omgeving in te nemen ... in de bijgekomen nestkasten.

We noteren ook waar en hoeveel volwassen kerkuilen, of koppels, tijdens het jaar aanwezig zijn. Dat is meestal een goed teken maar broedresultaten moet men altijd afwachten. Zo zijn bij bijzonder nieuwsgierig naar 2 locaties: 1 te Groot-Kruibeke met 1 exemplaar, en 2 te Groot-Beveren met mogelijk een koppel.

Kerkuil gezien? Meld het ons!

Ondanks de uitgestrektheid van ons werkingsgebied, is de opvolging van de gekende locaties toch doenbaar. Maar misschien kennen we niet alle kerkuillocaties...?

Heb je weet van een broedplaats, een koppel of exemplaar, braakballen? Neem dan contact met onderstaande personen. Jouw informatie wordt discreet door de regionale medewerkers van de Kerkuilenwerkgroep behandeld. Dankzij jouw info kunnen we op de juiste manier (bvb. aanbrengen nestbak) de bescherming, instandhouding en opvolging van een uitgebreider netwerk aan kerkuilen kunnen opbouwen.

Dankwoord

Dank aan de vele personen die ons kerkuilgegevens doorspelen, want daarom kunnen we soms snel ingrijpen. Zo verlieten vorig jaar 2 jongen een nestbak te snel. Eén van hen is overgebracht naar het vogelrevalidatiecentrum te Zele. Na een verblijf in het 3-sterren restaurant kon het dier zijn vlucht hernemen. Het andere jong heeft het waarschijnlijk zonder hulp gehaald.

Dank ook aan diegenen die meewerkten aan de uitbreiding van nestlocaties.
Kerkuilwerkgroep: www.kerkuilwerkgroep.be.

(Christine Rombaut en Luc Van de Perre (e-mail )