Print this page

Kerkuilen

De Kerkuil of Tyto alba is ongeveer 34 cm groot en heeft een vleugelspanwijdte van 95 cm. De bovenzijde heeft een goudbruine tot leigrijze grondkleur en is gespikkeld. De onderzijde varieert van roestbruin tot wit. Hij is zeer goed herkenbaar aan zijn hartvormig wit gezicht, met de donkere ogen pal naar voor gericht.

Tijdens de nachtelijke vluchten is de Kerkuil over het algemeen zwijgzaam, soms laat hij een rauwe kreet horen. Rond de broedplaats maakt hij blazende en sissende geluiden.

De Kerkuil voedt zich voornamelijk met kleine prooien: spitsmuizen, bosmuizen en woelmuizen die hij naar zijn nest brengt, maar soms kan men ook vogels op het menu terugvinden. Meestal gaat het om huismussen en spreeuwen.
Hun aanwezigheid wordt meestal verraden door een massa braakballen en onverteerbare resten van hun prooi.

Uil gezien, laat het ons weten!

Op basis van de aanwezigheid van de kerkuilen, het voorkomen van broedgevallen en een beoordeling van het prooigebied, kunnen we bekijken of er meer nestgelegenheid nodig is voor de kerkuil. Voor alle gemeenten hebben we veel meer informatie nodig, vandaar dat we jullie hulp nodig hebben: Stel je de aanwezigheid van een kerkuil vast of heb je een kerkuil onder dak, gelieve dit door te geven aan Natuurpunt-WAL. E-mail:
Niet alleen geschikte broedplaatsen maar ook de omgeving is belangrijk!

kerkuilNatuurpunt-WAL ijvert niet alleen voor een goede broedgelegenheid, maar ook voor een kwalitatieve landschapszorg in zijn geheel! Want als de kerkuil geen jachtgebied meer heeft (zoals bijvoorbeeld hagen, houtkanten, natuurlijke akkerranden, voldoende open ruimte) dan is het voorzien van broedgelegenheid weinig zinvol! Vandaar dat de aanwezigheid van een kerkuil eveneens een goede indicator is voor de kwaliteit van de natuur in het omliggende landschap.

Wil je meer weten over de bescherming van de kerkuil?

Surf dan naar De Kerkuilenwerkgroep!

De Kerkuilwerkgroep heeft tot doel:

  • Alle nog resterende broedplaatsen veilig te stellen en op nog geschikte plaatsen nieuwe (opnieuw) broedgelegenheid te scheppen door het plaatsen van speciale nestkasten
  • Het voedselaanbod in de onmiddellijke omgeving van bestaande broedplaatsen te verhogen
  • De kerkuil als broedvogel te behouden door een algemene landschapsbescherming waarbij de vogel een indicator vormt voor de kwaliteit van de biotoop waarin hij leeft
  • De nodige informatie te verstrekken om de doelstellingen te kunnen realiseren
  • De algemene coördinatie te verzorgen van alle initiatieven die worden genomen met het oog op de bescherming van de Kerkuil, los van welke instanties of organisaties deze ook opstarten of uitvoeren

De werkgroep baseert zich op 25 jaar werkervaring en past het geheel in, in het Europese Kerkuilmonitorings- en beschermingsproject!
De kerkuil is gevoelig aan menselijke activiteit, verstoor de broedplaatsen dus niet!

 

KERKUIL schiet uit de startblokken in 2008

De Kerkuil (Tyto alba) wordt al meer dan 25 jaar opgevolgd in Vlaanderen door de Kerkuilwerkgroep Vlaanderen. De opvolging omvat inventarisatie van broed-locaties (waarbij gestreefd wordt naar nestkastcontroles), plaatsen en onderhou-den van nestkasten, opzoeken van geschikte locaties, educatie en wetenschappelijke studies. Als NPWAL vertegenwoordigen wij onze werkingsregio in Antwerpen L.O., Zwijndrecht, Kruibeke, Temse en Beveren.

Resultaten in 2008: een sprong voorwaarts:

Dit jaar werden 7 tot mogelijk 8 broedgevallen opgetekend met minimum 14 vlieg-vlugge jongen (dus uitgezonderd de 2 locaties waar geen aantallen van bekend zijn). Dit is een sprong voorwaarts tov. het vorige broedjaar 2007 met 5 broedgevallen.
Het broedseizoen was gemiddeld gezien op tijd zodat de nestkastcontrole rond midden juni kon plaats vinden. De jongen waren dan rond de drie weken oud. Bij het te vroeg controleren kan men nog op eieren stoten, met de mogelijkheid dat de oudervogels verstoord worden en mogelijk niet meer terug keren. Als er jongen zijn keren de ouders terug om de bedelende jongen te voorzien van eten (= muizen en ratten). De jongen zijn vliegvlug rond 9-10 weken.

Samenvatting op de respect. 7 locaties (event. opgave totale legsel = eieren niet uitgekomen + vliegvlugge jongen): 3 juv.; 3 juv. ; 2 juv. ; min. 2 juv. ; 1 dood juv. + 1 ei ; 2x melding juveniele zonder aantalvermelding. Op de 8ste locatie kon niet gecheckt worden of er jongen waren, maar we gaan er van uit van wel, daar de oudervogels ge-regeld binnen en buiten vlogen.
Van deze locaties bevonden zich er 6 in Groot-Beveren, 1 in Groot-Kruibeke, 1 in Groot-Zwijndrecht, en de andere werd opgetekend in Groot-Temse. Er werden naderhand geen 2e broedsels gesignaleerd.

6 locaties zijn al 2-7 jaar standvastig, 1 locatie verdween zonder duidelijke aanwijzing waarom (sommige adulten verblijven trouwens dan soms nog constant in de omge-ving, 1 locatie was voor de eerste keer bezet na jaren van voorheen van een geplaatste nestbak, 1 locatie werden als nieuw gesignaliseerd en zou reeds meerdere jaren aanwe-zig zijn met geslaagde broedgevallen. Een andere locatie is ok zoals de laatst genoemde, alleen zonder aanwezigheid in 2008 (we werden gecontacteerd ivm. de afwezigheid van de uilen , maar konden enkel constateren dat het zo was).

De resultaten werden gemaakt in een kerk (1), een woning (3) en in een schuur (4).
De vorig jaar gemelde verloren locaties, waarvan 1 zelf 3 jaar achter elkaar resultaat opleverde zijn niet terug bezet geworden.


In 2008: 37 locaties in ons werkingsgebied:

Deze 37 locaties zijn van verschillende oorsprong.
1) plaatsen waar zich nestbakken bevinden (met of zonder resultaat)
2) plaatsen waar 1 exemplaar of een koppel tijdens het broedseizoen vertoeft zon-der broedresultaat
3) geschikte locaties om nog voor een nestbak of vervanging te zorgen (bvb. in enkele kerkgebouwen)
4) locaties waar meerdere keren een overwintering plaatsvindt (dus waar mogelijk ook later een broedsel zou kunnen plaatsvinden)

De vermeerdering van dit aantal is veelal te wijten aan doorsijpelende informatie van omwonenden. Hierop kunnen we dan inspelen door oa. informatie te verstrekken aan de eigenaars en om mogelijks een nestbak te voorzien voor het comfort en veiligheid van de kerkuil.

Van deze locaties zijn er al 24 uitgerust met een nestbak, waarvan 13 in een schuur, 3 in een woning, 4 in een kerk, 1 in een loods, 2 in een fort en 1 in een boom.
Buiten deze 24 nestbakken zijn er ook nog 8 vrije locaties, dus waar de uil eventueel zonder nestbak ook tot broeden kan komen, maar waar eventueel nog ruimte dient gevonden voor een nestbak. Er werden op 2 locaties ook nestbakken vervangen en/of verplaatst (bvb. voor nodige werken in een schuur. Er worden in 2009 minstens nog 3 nestbakken bijgeplaatst > dat brengt ons dan op 40 locaties met 27nestbakken !


Oproep tot medewerking:

Ondanks dat ons werkingsgebied een zeer grote oppervlakte heeft, is de opvolging van de gekende locaties nog doenbaar. Er zijn misschien echter nog locaties die ons nog niet gekend zijn.
Daarom een oproep om locaties te melden, zodat we op de juiste manier en middelen (bvb. aanbrengen nestbak) de bescherming, instandhouding, en opvolging van een uitgebreider netwerk aan kerkuilen kunnen opbouwen. Heb je weet van een broedplaats, een koppel of exemplaar, braakballen (bvb. in schuur), neem dan contact met onderstaande personen. Jouw informatie wordt discreet door de regionale medewerkers van de Kerkuilenwerkgroep behandeld.

Dankwoord:

We willen onze dank richten aan de vele personen die ons op de hoogte houden van de evolutie ter plaatse. Ook aan diegenen die meewerkten aan de uitbreiding van nestlocaties.
Voor algemene info over de Kerkuilwerkgroep, dan kan je surfen naar www.kerkuilwerkgroep.be.
Christine Rombaut en Luc Van de Perre  (e-mail luc.van.de.perre@pandora.be)