Print this page

Natuurstudie

Studie Weidevogels

Jacques Van Impe
Toen Jacques Van Impe, veld-ornitholoog, sympathisant en sinds jaar en dag lid van Natuurpunt-WAL ons vroeg om zijn, in eigen beheer uitgebrachte studie te promoten, konden we niet vermoeden welke gevolgen dit zou hebben. In het verleden werden immers ook reeds studies van hem door ons in de kijker gezet. Zijn gegevens en rapporten uit het verleden staan immers mee aan de basis van het huidige natuurbeleid in het Linkeroever-gebied.

Het rapport “Weidevogels te Antwerpen-Linkeroever, 1977 - 2010. Trends van broedvogelaantallen en evaluatie van nestsucces en voortplantingssucces ‘op afstand” heeft nu echter een averechts effect. Actiegroepen zoals Doel 2020 misbruiken het rapport nu om het volledige natuurverhaal op de Linkerscheldeoever te kelderen.
Het rapport is echter bedoeld als bijdrage aan het hedendaags wetenschappelijk onderzoek naar de verbetering van de gebieden voor weidevogels. Het is dus eerder een handreiking voor het huidig gevoerde natuurbeleid op de LO in plaats van daar afbreuk aan te willen doen. Het is immers algemeen bekend dat het (in heel Europa) slecht gaat met weidevogels en dat de grote geleverde inspanningen deze trend tot nu toe niet hebben weten om te buigen.

In het rapport wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn van een niet verstorende methode van onderzoek (op afstand) voor het bepalen van het nest- en voortplantingssucces van deze vogels. In het traditioneel onderzoek naar broedsucces worden de nesten immers actief opgezocht en gecontroleerd met mogelijks, voor het broedbestand nadelige gevolgen. Daarnaast worden enkele, nader te onderzoeken suggesties (bemesting, bestrijding vos) geformuleerd om het weidevogelbestand te verhogen.
In zijn studie komt Jacques tot de conclusie dat het slecht gaat met het weidevogelbestand in de aangelegde gebieden. Het is eigenlijk echter nog te vroeg om conclusies te trekken want met de aanleg van de gebieden werd slechts gestart in 2006. Uit recente resultaten van het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek blijkt in ieder geval wel dat de gebieden niet zonder succes zijn: het aantal weidevogels neemt immers jaar na jaar gestaag toe. Over het broedsucces bestaan echter nog heel wat onzekerheden. Dit zal in de komende jaren intensiever onderzocht worden.

Slechts in een laatste paragraaf van het rapport wordt een persoonlijke mening geventileerd waarbij het gevoerde afbraakbeleid van cultuurhistorisch erfgoed op de korrel wordt genomen.
Het ontruimen van gehuchten heeft immers een nefaste invloed op het maatschappelijk draagvlak voor natuurbehoud- en ontwikkeling en dreigt op die manier een wig te drijven tussen de natuur- en cultuursector.

Een mening die overigens eveneens door menig natuurvorser wordt gedragen. Dit doet echter geen afbreuk aan het gevoerde natuurbeleid op de Linkerscheldeoever. In tegendeel: de auteur is zelfs zeer verheugd met de recente stijging van het areaal aan nuttige broedplaatsen voor weidevogels op Linkeroever. Om een gunstige uitgangssituatie te creëren, is het vaak noodzakelijk dat het maaiveld wordt verlaagd door het afschrapen van de sterk vermeste toplaag. Dat dit echter voor verbeteringen vatbaar is (bv. regulering bemesting, grondwater-
peil, …) wordt onderkend. Jacques Van Impe betreurt dan ook het feit dat zijn woorden worden misbruikt in persberichten van Doel 2020 om het gevoerde natuurbeleid op de Linkeroever af te kraken.
We legden deze opmerkingen op een constructieve wijze voor aan Jacques die als volgt reageerde: “Het is verheugend te vernemen dat het broed- en voortplantingssucces in de komende jaren intensiever zal onderzocht worden. Deze vorm van monitoring vraagt een regelmatig bezoek van de terreinen en is niet altijd eenvoudig. Ik heb vele honderden uren in de verschillende gebieden vertoefd, wat me niet altijd gemakkelijk werd gemaakt. Het is niet omdat mijn gegevens aan de negatieve kant uitvallen dat ze niet correct zijn. Ik hoop de weg te hebben geopend in het Vlaams onderzoek, nu men niet meer alleen geïnteresseerd is aan het aantal broedparen (een onvolledig onderzoek), maar ook aan datgene wat deze broedparen opleveren. Nu kunnen we in ons land beginnen met een volledig weidevogelonderzoek, waarbij een achterstand kan worden ingehaald van veertig jaar tegenover hetgeen plaats heeft in onze buurlanden.
Wetenschappelijke studies over vogels van de hand van Jacques Van Impe vindt je op: http://www.jacquesvanimpe.be/