Print this page

Rugstreeppadden

Beschrijving

De rugstreeppad is een middelgrote pad, zij het iets kleiner dan de gewone pad. De kop en de romp hebben een vrij gedrongen bouw, de poten zijn kort en fors. De rugkleur is overwegend grijsbruin en bezaaid met knobbels en wratten. Kenmerkend voor de soort is echter de smalle, geelwitte streep die over het midden van de rug loopt.

Ecologie

Rugstreeppadden worden vooral aangetroffen op terreinen met een droge, losse bodem die snel opwarmt. Ze komen dan ook frequent voor op de opgespoten zandgronden in het havengebied. Ze worden echter slechts zelden waargenomen aangezien ze vooral 's nachts actief zijn. Net als andere amfibieën houden rugstreeppadden een winterslaap. Hiervoor trekken ze vanaf september naar hun winterbiotoop, daar graven ze zich in en brengen zo de winter door. Ten vroegste vanaf de tweede helft van maart ontwaken ze uit hun winterslaap. Hun voortplantingsseizoen loopt van half april tot augustus. Voor hun voortplanting zijn ze gebonden aan ondiepe plassen met weinig of geen vegetatie. De hoge watertemperatuur in deze poelen zorgt voor een snelle ontwikkeling van de larven.

Bescherming


Net als andere inheemse amfibieën is de rugstreeppad wettelijk beschermd in Vlaanderen. Via de Conventie van Bern (Bijlage II) en de Habitatrichtlijn (Bijlage IV) kent de rugstreeppad ook een internationale beschermingsstatus. Op de Rode lijst van de amfibieën in Vlaanderen wordt de rugstreeppad vermeld als zeldzaam. Het verdwijnen van voortplantingsplassen en de verstoring van trekroutes zijn de belangrijkste bedreigingen waarmee de rugstreeppad geconfronteerd wordt.

 

Rugstreeppad (foto: Ive Van Krunkelsven)

Enkele interessante links: