Print this page

Winterroofvogeltelling 1998-heden

Sinds 1998 haalt Natuurpunt WAL in januari zijn kijkers uit de kast om onze regio af te speuren op zoek naar overwinterende dagroofvogels. Van 1998 tot 2009 coördineerde Luc Van de Perre dit onderzoek. Daarna nam Gerry Heyrman de fakkel over.


Een overzicht van de tellingen

Jaar Totaal
1998197
1999213
2000263
2001196
2002179
2003223
2004218
2005233
2006246
2007227
2008283
2009244
2010
2011
2012210
2013156
2014169
2015180

Werkmethode


Dit onderzoek vergt een nauwe samenwerking en concrete afspraken met onze roofvogelspotters, want het werkingsgebied is ruim 210 km² groot.

De laatste jaren baseren we os niet alleen op veldwaarnemingen maar ook op gegevens die werden ingebracht op www.waarnemingen.be


Naast de traditionele natuurgebieden werden ook alle andere biotopen bekeken: bewoonde zones, landbouwgebieden, polders, industriegebieden. Iedere roofvogel heeft immers zijn favoriet stekje, aangepast aan zijn voedselkeuze, aan de wijze waarop hij graag rust, aan de uitkijkmogelijkheden en aan zijn specifieke manier van jagen.

 


Om dubbeltellingen zoveel mogelijk uit te sluiten, werkten we voor Buizerd, de meest voorkomende soort, met afbeeldingen van de ondertekening van de kleurfases van deze soort. Deze gaan van bijna geheel donkerbruin tot bijna wit, met alle mogelijke tussencombinaties.

De aantallen roofvogels kunnen van jaar tot jaar sterk schommelen. Soms kan dit veroorzaakt worden door weersomstandigheden. Zo blijven tijdens zachte winters sommige soorten noordelijker dan België. Ook het voedselaanbod is een belangrijke factor. Muizen kennen een op- en neergaand aantalverloop. Weinig of veel muizen, het geprefereerde prooidier van de Torenvalk, bepaalt hoeveel exemplaren van die soort aanwezig zijn.

Alle natuur- en open gebieden in onze regio zijn van belang voor de overwinterende roofvogels! De Hedwigepolder (Doel) hoort daarbij. Foto: Jef Van De Wiele

Aantal resultaten per soort en korte bespreking:

De eerste groep bestaat uit de top drie, die de voorbije negen jaar ongewijzigd bleef. Zij zijn onze algemene broedvogelsoorten die tijdens de winter gezelschap krijgen en/of vervangen worden door de noordelijke en oostelijke soortgenoten. Ongeacht de soms sterk schommelende aantallen jaarlijks de meest voorkomende soorten.

Geflitst tijdens de jacht: Sperwer Torenvalk, onafgebroken met wind op kop op muizenjacht Supertop: Buizerd
Steeds present op weidepaaltjes


Een tweede groep vertegenwoordigt in kleine aantallen o.a. broedvogels uit Vlaanderen, die in de winter aangevuld/vervangen worden door exemplaren uit de noordelijke regionen. Deze soorten zijn minder talrijk, maar hun aantallen over de jaren heen kunnen stabiel zijn.

Bruine Kiekendief
Wijfjes en juveniele vogels overwinteren meer en meer onze streek, terwijl juvenielen normaal voor minstens 2 jaar naar Afrika trekken. Mannetjes overwinteren eerder Zuid-Europa of verder.

Slechtvalk
Stijgt in aantal ondermeer omdat de populatiegroei in heel België nog in opmars is. Hierdoor komen er steeds meer jongen en dus grotere spreiding of invulling territoria.


Een derde groep vertegenwoordigt de typische overwinteraars uit noord- en oostelijke verre landen. Deze soorten zijn minder talrijk als overwinteraar. De aantallen kunnen fluctueren, afhankelijk van strenge noordelijke winters in combinatie met voedselaanbod.

Blauwe Kiekendief
Deze soort is ook vastgesteld in de regio Temse en Kruibeke langsheen de Scheldeschorren. Dit kan komen door noodzakelijke verspreiding bij grote aantallen.

Ruigpootbuizerd
Rondzwervende juveniele Scandinavische vogels worden nu en dan in onze regio gezien. De "place(s) to be" zijn de (al dan niet tijdelijke) natuurgebieden in en rond de Waaslandhaven de Verrebroekse Plassen (ruwe natuur zoals in het Noorden), met aansluitend de uitgestrekte polders en boomgaarden.

Smelleken
De kleinste Europese valk overwintert normaal met 1 tot 2 exemplaren in onze regio. Het staat echter vast, dat deze soort meestal van november tot maart in onze regio aanwezig is.


De laatste groep
omvat de zeldzamere soorten, die uit barre vriesgebieden afzakken of waarvan jonge vogels dwaalneigingen t.o.v. hun standaardverblijf of overwinteringgebied vertonen.

Rode Wouw
Is broedvogel in Wallonië, doch overwinterende vogels zijn veelal zwervende juvenielen uit noordoostelijke populaties. Deze soort wordt voornamelijk tijdens de lente/herfsttrek waargenomen. De verblijfsbiotoop bij ons is te vergelijken met dat van de Ruigpootbuizerd.

Zeearend
Als (juveniele) exemplaren in Saeftinghe (Nederland) pleisteren, worden ze ook in onze regio waargenomen. Een 'vliegende deur' (bijnaam van de imposante vogel) is een fenomeen (rechte vleugels met een spanwijdte tot 2,40m).

Havik
Rondzwervende exemplaren werden nog nooit tijdens de wintertelling genoteerd. Waarnemingen in onze regio zijn van doortrekkende exemplaren in lente of herfst van en naar hun broedgebieden.


Conclusie
: alle natuur- en open gebieden in onze regio zijn van belang voor de overwinterende roofvogels!

De "Schorren en polders van de Beneden Zeeschelde" en "Blokkersdijk" zijn aangeduid als Europese Vogelrichtlijngebieden wegens hun vogelrijkdom. De winterroofvogeltellingen bevestigen telkens het belang van deze biotopen.